Ziekte, herstel en genezing

In ons leven kunnen allerlei zaken voorkomen die ongewenst zijn. Dat geldt dat niet alleen voor christenen, maar voor alle mensen, zoals Prediker al schrijft: “allen treft eenzelfde lot”.
In het leven van een Christen is echter wel iets bijzonders: daar heeft de almachtige, de Here Jezus zijn intrede gedaan, en een Christen weet dat hij in Gods Woord, in de Bijbel een vaste grond heeft, die steviger is dan al wat je in de wereld kunt vinden.

Verwarring

In het geval van ziekte ontstaat soms bij Christenen een verwarrende redenering: God is volmaakt, God wil geen ziekte, ziekte is een gevolg van de zonde, mijn zonde is vergeven, God woont in mij. Hoe kan ik dan ziek zijn? Als ik God vraag, dan zal Hij toch zonder meer genezing geven?
Of breng ik niet voldoende geloof mee? Heb ik (te veel) zonde? Zijn er misschien mensen in mijn omgeving, in mijn gemeente die zich niet (voldoende) houden aan Gods woord?
In sommige gevallen zeggen mensen zelfs: ik moet niet naar een dokter gaan, want daarmee geef ik blijk van ongeloof of onvoldoende vertrouwen in de Here Jezus.

Het lijkt of de Bijbel zou leren: de Christen heeft een exclusief recht op genezing van ziekte, en als u niet geneest dan betekent dat eigenlijk dat er zaken zijn die de wonderbaarlijke genezing door God in de weg staan!
Herkent u iets van het bovenstaande? Leest u dan verder. Wellicht staat u op een glibberig pad!

Over de Bijbelse oorsprong van de vragen die soms tot verwarring kunnen leiden is veel te zeggen en te leren. Daar gaat dit stuk niet zozeer over.
Ik beperk me hier tot de meer eenvoudige vragen die eigenlijk aan het begin staan. Je zou het een fundament over ziekte genezing en herstel kunnen noemen.

Hoe zit het nu eigenlijk met ziekte?

Wij geloven dat God ons leven leidt. Hij doet voor ons, zijn kinderen, alle dingen meewerken ten goede. Wij weten echter dat ons lichaam door onze bekering niet verandert. Nog steeds zullen wij, als de Here niet voor die tijd terugkomt, sterven. De dood van ons lichaam is het directe gevolg van de zondeval. Evenzeer weten we dat ziekte met de zondeval in de wereld is gekomen.

Dat leidt haast onvermijdelijk tot de conclusie dat wij als Christen, met een nog steeds onveranderd lichaam, gewoon ziek kunnen worden. We wisten het al, want wie is er nu nog nooit eens ziek geweest, maar nu is er ook een Bijbelse onderbouwing voor het feit dat wij ziek kunnen worden. Zelfs als een mens van “ouderdom” sterft, is dat eigenlijk omdat een of meer onderdelen van het lichaam zo veel slechter zijn geworden dat ze het lichaam “niet meer trekken”.
God zal ons vlees, ons lichaam, niet behouden of onsterfelijk maken. Daarop is maar één uitzondering: in 1 Cor 15:15 onthult Paulus dat wij, als wij leven op het moment van de wederkomst van de Heer ineens, zonder te sterven een nieuw lichaam zullen krijgen.
Ziekte en ongelukken, al dan niet dodelijk, slijtage en afwijkingen komen bij Christenen en niet Christenen voor. Ook in andere aspecten van het leven gelden geen bijzondere rechten voor Christenen. Ook Christenen kunnen rijk of arm zijn. Succesvol of niet zo succesvol. Baas of werknemer en in oude tijden zelfs slaven.
Als een Christen ziek wordt, kan hij bidden. Hij kan ook in de gemeente om gebed vragen. De oudsten van een gemeente kunnen iemand met olie zalven.

Jacobus 5:14-16
Laat iemand die ziek is de oudsten van de gemeente bij zich roepen; laten ze voor hem bidden en hem met olie zalven in de naam van de Heer. Het gelovige gebed zal de zieke redden, en de Heer zal hem laten opstaan. Wanneer hij gezondigd heeft, zal het hem vergeven worden. Beken elkaar uw zonden en bid voor elkaar, dan zult u genezen. Want het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet.
Dit alles is echter geen garantie dat een ziekte door God zal weggenomen worden. De bidder heeft geen instrument waarmee genezing uitgedeeld kan worden. Ook is het niet zo dat we genezing kunnen eisen van de Here.

Sommige mensen zeggen: maar in de bijbel staat toch dat de Here onze Heelmeester is, die al onze ziekte geneest, dat is toch een belofte waar we “op mogen staan”. En er zijn tal van andere teksten die aangeven dat de Here Jezus ons wil genezen.
Dat zal ik ook zeker niet ontkennen.
De bediening van de Here Jezus op aarde werd door God ondersteund met wonderen en tekenen. Op dezelfde manier belooft de Here Jezus zijn discipelen (en dat zijn wíj ook!) dat onze verkondiging van het evangelie door wonderen en tekenen zal worden gevolgd.

Komen wonderen op afroep?

Toen Paulus zélf voor het eerst bij de Galaten kwam en hen het evangelie verkondigde was hij ziek. Niet een klein beetje, maar hij schrijft dat hij in een staat was die voor de Galaten heel goed als verachtelijk was te omschrijven. Kennelijk moest Paulus zijn ziekte gewoon uitzieken. Het was niet zó dat hij een zweetdoek van zichzelf op zich kon leggen en zo genas.
Wonderen van genezing zijn dus –ook voor iemand als Paulus- geen standaardrepertoire. Zijn volgeling Timotheus had te kampen met lichamelijke problemen, en Paulus kon geen genezing bieden. Timotheus kreeg de raad om niet alleen water maar ook wat wijn te drinken! Een middeltje!

Het gebed

Hoe zit het dan met ons bidden? We mogen toch alles vragen, en de Heer belooft toch dat Hij ons alles zal geven wat we vragen? Misschien wilt u met mij meekijken naar het Onze Vader
Het Onze Vader is een leidraad voor de wijze waarop we mogen bidden.
Je kunt dit gebed opdelen in fases. In de eerste regels (vet gedrukt) zie ik al 4 fases en daar wil ik me in dit stukje toe beperken.

  • Wij richten ons tot de Here en eren Hem
  • Wij erkennen de heerschappij van de Heer
  • Wij stellen de wil van God boven onze eigen wil
  • Wij stellen onze (dagelijkse) noden aan de orde

Wie ziek is wil natuurlijk genezen. Het is dus logisch om daarom tot de Here te bidden. In het Onze Vader zien we dat we eerst onze wil ondergeschikt maken aan de wil van God, en pas daarna onze noden bij hem neerleggen. Het is dus de vraag of in geval van ziekte de richtlijn die de Here Jezus heeft gegeven losgelaten moet worden en vervangen moet worden door een manier van bidden waarbij de Heer van ons als het ware bijbelstudie krijgt over wat Hij moet doen. Als we eerlijk zijn, dan moeten we zeggen dat we vaak niet weten wat Gods wil is. Als iemand dodelijk ziek is, dan hopen we dat God die persoon zal genezen. Onze hoop uiten we in gebed. Soms schieten we dan door en zeggen “De Heer wil ….”, terwijl we eigenlijk onze bange hoop uiten. Bidden is goed. Aanhoudend bidden is ook goed. Voorschrijvend bidden is niet goed. Denk maar aan Jezus’ gebed in de nacht voor Zijn lijden. Hij schreef God de vader niet voor hoe het moest gaan…

Wat moeten we doen als we ziek worden?

In ieder geval bidden! En daarbij mag afhankelijk van hoe groot uw nood is, uw gezin uw gemeente en of de oudsten bij betrokken worden. Maar dat is niet het enige.
Hoeven we als christen niet naar de dokter, omdat de Here immers onze heelmeester is? Mag ik een vergelijking maken?
In het onze Vader staat: “Geef ons heden ons dagelijks brood”. Dit is het gebed dat de Here Jezus ons geleerd heeft.
Mogen wij daarom in onze kamer zitten wachten tot de Here ons dit dagelijkse brood geeft?
Of moeten wij opstaan, tas pakken, naar de winkel gaan en brood kopen, dat door de bakker of in de fabriek gebakken is. En dat nadat de bakker het meel bij een groothandel gekocht heeft, waar het door een maalderij is afgeleverd. Daarvoor heeft een boer eerst het hele proces van ploegen, zaaien en oogsten doorlopen. En wij krijgen dit brood niet van de bakker, neen wij moeten het kopen met geld dat we verdienen door het werk dat we doen!
Hoewel we dus volgens het Onze Vader het brood van onze Here verwachten, moeten we er zelf ál het nodige voor doen.
Nu is het onze vader behalve een gebed dat je letterlijk kunt bidden, ook een gebed dat ons dingen kan leren over hoe te bidden, maar ook over hoe we moeten leven.
De zin over het brood geeft aan dat wij zelf moeten werken voor ons brood –lees onze behoefte- en dat we beseffen dat ondanks onze inzet het lenigen van onze nood uiteindelijk van de Heer afkomstig is.
Als onze nood dus een lichamelijke nood is, dan moeten we ook zelf in actie komen. Als we ons snijden, dan moeten we een pleister plakken, of laten hechten. Gods scheppingskracht zal de wond weer doen dichtgroeien. Hebben we een botbreuk, dan is het verstandig om het bot recht te laten zetten, gips eromheen en daarna te vertrouwen op Gods werking in je lichaam voor verder herstel.
Als je een lichamelijk probleem hebt en je weigert om daarvoor de aanwezige middelen te gebruiken, dan is dat natuurlijk je goed recht. Maar zeer onverstandig! Een bijbels argument om geen medische hulp in te roepen is mijns inziens echter niet te geven.
Als je niet naar de dokter gaat, dan zou dat een argument kunnen zijn om God mee onder druk te zetten of om te bewijzen, dat je “voldoende geloof” hebt. Beide aspecten passen eigenlijk niet in het voorbeeldgebed van het Onze Vader.
Voor het brood dat we van de Here ontvangen moeten zelf moeite doen. We gaan daarbij uit van de “professionals” die in onze maatschappij voorhanden zijn: de bakker en de boer.
Voor de genezing die we van de Here ontvangen moeten we over het algemeen zelf ook moeite doen. Ook daarbij mogen we uitgaan van de “professionals” die in onze maatschappij aanwezig zijn
Er zijn uitzonderlijke omstandigheden, wanneer de Heer echt bovennatuurlijk ingrijpt in een mensenleven of in een ziekte. Wij mogen daar altijd om bidden. Wij kunnen dat echter niet eisen.
Hij heeft ons lief en zal ons nooit verlaten.
Belangrijker dan onze lichamelijke gezondheid is echter de vraag of we gered zijn. We kunnen vol innig verlangen naar gezondheid als we geen gezondheid hebben. En het is heerlijk als we gezondheid hebben gekregen. Maar: wat hebben we eraan als we goed gezond zijn, maar de Heer niet kennen?

Met volle zekerheid kan ik schrijven: als u innig verlangt naar Zijn aanwezigheid, dan zal de Here Jezus zich door u laten vinden.
En dan bent u veilig. Ziek of gezond!

Geplaatst in Studies.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *