Spreken in tongen

Het verschijnsel “spreken in tongen” roept –ook in onze gemeente– verschillende reacties op. Sommigen vinden het onzin, anderen vinden het bedreigend, weer anderen denken dat ze “minder” zijn omdat ze het niet kunnen.
Anderen spreken veelvuldig in tongen. Soms luid, soms halfluid maar ook in stilte. Wat is dat nu eigenlijk, spreken in tongen. Wil ik dat ook? En als ik het dan wil, kan ik het dan ook? Hoe moet dat?

Wat is spreken in tongen?

Spreken in tongen in spreken in een taal die je door de Heilige Geest ingegeven krijgt. In de bijbel vinden we drie verschillende vormen het spreken in tongen.

Verstaanbaar?

Hand 2:3-6 Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven. In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde. Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken

Deze vorm van het spreken in tongen is het meest bekend. Ook in onze tijd horen we van gebeurtenissen als deze: dat mensen tijdens het hardop spreken in tongen een taal spreken die voor anderen verstaanbaar is. Bij de gebeurtenissen in Handelingen is trouwens de vraag of er niet tegelijkertijd nog een veel groter worden gebeurde: dat iedereen (zie vers 3) “…de apostelen en de andere leerlingen…” in zijn eigen taal hoorde spreken. Dat het dus niet z? was dat ??n van de apostelen Grieks sprak en een andere Perzisch en weer een andere apostel Spaans, maar dat God tevens in de oren van de luisteraars een wonder deed…

Onverstaanbaar

De tweede vorm van spreken in tongen is beschreven in de brief aan de Corinthiërs.

1 Cor 14:1-4 Jaag de liefde na en streef naar de gaven van de Geest, vooral naar die van de profetie. Iemand die in klanktaal spreekt, spreekt niet tot mensen maar alleen tot God. Niemand kan hem verstaan, want door toedoen van de Geest spreekt hij onbegrijpelijke taal. Maar iemand die profeteert spreekt tot mensen, en wat hij zegt is opbouwend, troostend en bemoedigend. Iemand die in klanktaal spreekt is daar alleen zelf bij gebaat; iemand die profeteert doet dat ten bate van de gemeente.

Als je deze tekst leest, dan zou je bij oppervlakkige beschouwing kunnen denken dat Paulus vindt dat er niet te veel in tongen (of klanktaal zoals de nieuwe vertaling zegt) gesproken zou moeten worden. Maar dan doe je zowel Paulus als ook de gaven van de Geest te kort.

Spreken in tongen is een van de belangrijkste gaven van de Geest. De zinnen uit het bovenstaande stukje die ik dikgedrukt heb weergegeven, vormen de kern van deze vorm van spreken in tongen. De Heilige Geest doet je spreken tot God, en je bent daar zelf bij gebaat! Daar moeten we niet te licht over denken. Het is terecht dat Paulus daarvan zegt: streeft ernaar.
Wat is het nut van deze wijze van spreken in tongen? In Romeinen 8: 26-27 staat “En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. En Hij, die de harten doorzoekt, weet de bedoeling des Geestes, dat Hij namelijk naar de wil van God voor heiligen pleit.”
God komt ons door middel van (een gave) van de Heilige Geest te hulp met “onuitsprekelijke verzuchtingen”

Uitgelegd

De derde uitingsvorm wordt ook in 1 Corinthiërs 14 genoemd, namelijk in vers 5: “Ik zou willen dat u allen in klanktaal kon spreken, maar ik wil nog liever dat u profeteert. Iemand die profeteert is nuttiger dan iemand die in klanktaal spreekt, tenzij hij uitlegt wat hij zegt, zodat de gemeente er baat bij heeft.” Er is dus klanktaal of tongentaal die, nadat hij is uitgesproken, aan de gemeente uitgelegd kan worden. Een dergelijke uitingsvorm is daarmee vergelijkbaar met profetie.

Wil ik dat ook?

Paulus schrijft, alweer in 1 Corinthiërs 14, namelijk in vers 18 dat hij erg blij is, hij dankt God er voor, dat hij meer dan wie ook in tongen spreekt. Paulus wil het dus erg graag. Hij vindt het erg waardevol. De vraag of ik dat wil mag daarmee getoetst worden aan een bijbels opdracht: Streeft naar de gaven des geest. Als ik dat wil, als ik de gaven de Geest die God mij wil geven wil ontvangen, dan mag ik er naar streven.

Wil ik dus spreken in tongen? Als ik me richt op de bijbel en op Gods Geest, dan wel. Wie van ons die God wil dienen zou een van zijn Gaven willen afwijzen?

Toch heb ik er moeite mee. Bij de gave van het spreken in tongen, zit een grote moeilijkheid. “Mijn verstand blijft onvruchtbaar”. Als ik in tongen spreek, (en dat verzin ik niet, maar zo staat het in de Bijbel) dan kraam ik voor mijn verstand onzin uit. Ik versta het niet en ik weet niet wat ik zeg. Maar dan lijk ik wel gek! Kunt u of kun je mijn redenering volgen? Om in tongen te spreken, moet je over een flinke drempel heen stappen. Ik geloof in Jezus. Dat is al moeilijk. Hij is tweeduizend jaar geleden uit de dood opgestaan. Hij stierf voor mijn zonden. Dat te geloven is voor mijn verstand al moeilijk genoeg!

Om in tongen te spreken moet ik mijn geloof in werking zetten. Zonder geloof is het spreken in tongen een volkomen belachelijk gebeuren.
Wil ik dat? Volgens mij is het antwoord ja en neen. De geestelijke mens zegt ja, het natuurlijke mens zegt neen. Met beide heb ik te maken.

Kan ik dat ook? Is het voor iedereen?

Als je het boek Handelingen leest, kun je eigenlijk niet anders concluderen, dan dat het spreken in tongen heel algemeen is. In Handelingen 10 (s)preekt Petrus in het huis van Simon de leerlooier. Terwijl hij nog aan het woord is vindt de uitstorting van de Heilige Geest plaats en beginnen de aanwezigen in tongen te spreken en God te loven. In Handelingen komt Paulus te Efeze mannen tegen die, na de Here Jezus te hebben aangenomen direct na handoplegging vervuld werden met de Heilige Geest en ook in tongen begonnen te spreken. De Geest is niet minder geworden, want Gods kracht is eeuwig. Zoals het toen was, kan het nu ook.

Niet iedereen heeft dezelfde gave(n)

Vaak wordt de volgende tekst aangehaald om aan te beargumenteren dat niet iedereen in tongen kan spreken.

1 Cor 12:8-11 Aan de een wordt door de Geest het verkondigen van wijsheid geschonken, aan de ander door diezelfde Geest het overdragen van kennis; de een ontvangt van de Geest een groot geloof, de ander de gave om te genezen. En weer anderen de kracht om wonderen te verrichten, om te profeteren, om te onderscheiden wat wel en wat niet van de Geest afkomstig is, om in klanktaal te spreken of om uit te leggen wat daar de betekenis van is. Al deze gaven worden geschonken door een en dezelfde Geest, die ze aan iedereen afzonderlijk toebedeelt zoals hij wil.
Deze tekst gaat echter over het functioneren van de gemeente. In de gemeente is het zo dat er de gaven worden ingezet als bediening in de gemeente. In dat licht is het volkomen juis als Paulus schrijft, dat er niet alleen profeten zijn, of alleen mensen die in tongen spreken, of dat er all??n maar wat dan ook alleen gedaan wordt. De gemeente moet functioneren in harmonie en evenwicht. (twee of drie profeteren, twee of drie die in tongen spreken, een ander heeft een lied….)

Hij geeft de Geest niet met mate…

Paulus roept ons op om te streven naar de gaven van de Geest. Als Paulus ons allemaal daartoe oproept, dan kan het toch niet zo zijn, dat wij blij gemaakt worden met een dode mus? Dat de gave waarvan Paulus zegt, dat die tot nut is voor onszelf, wel eens niet ons deel zou kunnen worden? God nodigt ons niet uit om onbereikbare doelen na te streven!

Met name de tekst die ik hierboven heb aangehaald “maar de Geest komt ons te hulp…” is veelzeggend. Een gave van God is altijd bedoeld om tot hulp, steun, troost bemoediging opbouw of iets anders nuttigs te zijn.
De bijbel leert dat wij vervuld kunnen worden met de Heilige Geest. In het Johannes evangelie staat “Hij geeft de Geest niet met mate” (Joh. 3:34).

Zeker geloof ik dat het voor mij is. En dat het voor iedereen die het gelooft ook bereikbaar is.Een andere vraag is natuurlijk of iemand in de gemeente een bediening in/met een bepaalde gave heeft.

Hoe moet dat dan?

Het mag duidelijk zijn, dat het spreken in tongen over het algemeen niet iets is, wat ons “overkomt” op een manier waar we zelf buiten staan.

Of dat het zelfs z? zou zijn dat we door gave overheerst worden en niet in staat zijn “er iets tegen te doen”. Gods Geest werkt in de zijn volgelingen vanuit relatie. Dat wil zeggen: hij spreekt tegen ons, Hij nodigt ons uit, Hij dringt ons en Hij overtuigt ons. Ter verduidelijking verwijs ik naar 1 Corintiërs 14:32 staat dat geest van de profeet aan de profeet onderworpen is. Dat wil zeggen: als iemand een profetie op zijn/haar hart heeft om uit te spreken, dan heeft de profeet de ruimte om dat meteen te doen om dat uit te stellen om om dat zelfs helemaal niet te doen. Waar profetie een gave van de Geest is, geldt dat ook voor het spreken in tongen.

Als iemand zegt: “ik wil het”, “ik wil streven naar de gave van het spreken in tongen” dan is dat de eerste stap. De tweede stap is: Geloven dat God die gave werkelijk aan je wil geven.

Een logisch vervolg van die tweede stap is, dat je je geloof in werking gaat zetten. Als je gelooft dat het gaat regenen, dan neem je een jas mee naar buiten. Als je gelooft dat God een gave aan je wil geven, dan moet je op die manier handelen: Bij profeteren moet je je afvragen of God een woord op je hart legt, of moet je “kijken” of God een beeld in je hoofd toont. De discipelen moesten met vijf broden en twee vissen gaan uitdelen.
In tongen spreken doe je door klanken voort te brengen die God in jouw binnenste laat ontstaan.

Zodra je die klanken uitspreekt zul je wellicht denken dat je alles zelf bedenkt. Dan moet je je geloof hoger achten dan je verstand.
Voor mij is dit laatste de manier geweest om met het spreken in tongen te beginnen. Voorzichtig ??n of twee woorden uitspreken. Twijfelen. Toch weer verder. En verder. Toen ik me er eenmaal mee vertrouwd had gemaakt, heb ik de twijfel nooit meer ruimte gegeven.

Als u of jij er ook naar zou willen gaan streven, maar je komt er niet uit, vraag een leider/ster of oudste in de gemeente om raad en ondersteuning.
Het offer dat de Here Jezus gebracht heeft was zo groot, dat alle aspecten van Zijn gift aan ons het verdienen om volledig aanvaard te worden.
Geplaatst in Studies.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *